uprightpinterestpictomarkermarker-largelogo-mobileleftinstagramimg-xandresstudioimg-xandresgoldimg-xandresbelgium3img-xandresbelgiumimg-hamptonbaysic-whatsappic-washic-twitteric-tumbledryic-shoppingbagic-pinterestic-phoneic-messengeric-mailic-locationic-instagramic-favic-facebookic-chatic-calendargluefooter-pinterestfooter-instafooter-fbfacebookdowncrossclosecheckmarkcheckmark-largearrow-rightarrow-left

hier komen promoties & acties

Cynthia Loemij 2

Cynthia Loemij

Topdanser en choreografe

Leven in een succesvol dansgezelschap is leven in een waas van reizen, creatief zoekwerk en discipline. Topdanser en choreografe Cynthia Loemij beschrijft het zelf (met een mooie nog steeds niet helemaal gesleten Nederlandse tongval) als een trein waar je opstapt en die je meteen aan een enorme snelheid meeneemt. In 1991 ging ze aan boord van onze nationale danstrots Rosas, toen ze als danslerares afstudeerde in Rotterdam en –tot haar eigen grote verbazing- werd geselecteerd door Anne Teresa de Keersmaeker zelve.

Voor jou ging het echt al hard van in het begin, hé?

Ja, toen ik bij Rosas werd aangenomen, dacht ik : “Geweldig, ik ga een jaar in Brussel wonen!” Dat leek me zo romantisch! En ondertussen ben ik hier al 23 jaar. (lacht)

Je stapt er in en dan is het meteen zo’n blur.

Ja, Rosas is een trein. Elk jaar zijn er één of twee producties die gemaakt worden en dan ga je op tournee. Daarna zijn er de repertoire stukken die aangeleerd worden en waar je dan ook nog mee op tournee gaat. In het begin was ik heel veel weg van huis.

Heb je op een gegeven moment het gevoel dat je een overzicht hebt, of dat het toch een beetje settelt?

In het begin niet. Toen vertrok het en voor ik het wist was ik er tien jaar bij en had ik een hoop producties gedanst, opera gedaan en twee films gemaakt. Bij Rosas vertraagt het nooit. Nu is er weer een groot museum project en zijn er andere nieuwe ideeën.

Je vertrekt naar New York en hebt dan helemaal geen tijd de stad te zien...

Dat is een understatement. We vertrekken woensdag, donderdag hebben we generale repetitie, vrijdag en zaterdag spelen we ‘Rosas danst Rosas’, zondag en maandag spelen we ‘Elena’s Aria’, dinsdag en woensdag spelen we ‘Bartok’ en de dag daarna vertrekken we naar huis. De generale repetities voor die andere voorstellingen zijn ‘s middags, ‘s Morgens worden we drie kwartier lang gemasseerd, dus uiteindelijk heb je misschien nog de tijd om ergens een ontbijt tussen proppen, maar dat is het dan meestal. Het zijn ook hele zware voorstellingen. ‘Rosas Danst Rosas’ duurt twee uur, dat is echt een marathon. Dus dan is het ook niet echt slim om tot laat de stad in te trekken.

„Ik moet een bepaalde plek hebben in de kleedkamer waar ik me goed voel : niet in het midden, maar liever ergens in een hoekje.”

Heb je rituelen voor je opgaat?

Iedereen heeft dat. Ik moet een bepaalde plek hebben in de kleedkamer waar ik me goed voel : niet in het midden, maar liever ergens in een hoekje. Ik moet ook even op mijn handen gestaan hebben. Het hangt ook af van voorstelling tot voorstelling. Bij “Drumming” moest ik heel hard omhoog springen.

Moeten jullie je aan een bepaald dieet houden?

Anne Teresa de Keersmaeker is zeer overtuigd van het macrobiotisch dieet. Ik zelf niet zo erg. Ik eet het wel in de kantine bij P.A.R.T.S. (de dansschool van Anne Teresa de Keersmaeker, nvdr.) en dat is fijn want die keuken heel veel groenten en alles is biologisch. Maar macrobioten eten vlees, vis noch melkproducten en ik eet heel graag cheese cake of een ijsje. Uiteraard wel met mate, want je voelt het ook gewoon wanneer je friet met een hamburger gegeten hebt en wanneer rijst en groenten. Het verschil in energie, de drop in sugar levels,... Als je slecht eet en je drinkt alcohol de dag dat je moet dansen, dan kan je het wel vergeten. Je spieren geven onmiddellijk een signaal of je ademhaling gaat moeilijker.

Wat volgt er na New York?

Een korte vakantie en dan vertrek ik onmiddellijk op tournee naar Berlijn. Daarna dansen we ‘Vortex Temporum’, de nieuwe choreografie die Anne Teresa gecreëerd heeft en binnenkort ga ik tijdens de tour van ‘Drumming’ mee als repetitor.

Is dat meestal jouw taak op tournee?

Neen, dat is nu voor het eerst dat ik dat doe. Meestal ga ik gewoon mee als danser. Maar sinds een aantal jaren heb ik samen met mijn collega Mark Lorimer het kleine gezelschap OVAAL. We hebben twee voorstellingen gemaakt en besloten om te freelancen zodat we meer tijd hebben om enerzijds zelf te creëren, maar ook om niet altijd beschikbaar te moeten zijn. Ik wil af en toe thuis kunnen zijn. Ik vind het heel belangrijk om tijd met mijn dochter en mijn man te kunnen doorbrengen.

Is het moeilijk om die switch te maken tussen kunst en het gewone leven?

Het ene moment krijg je staande ovaties en iets erna moeten de lunchpakketten voor de 10-jarige gemaakt worden. Het is wel goed dat er boterhammen moeten gesmeerd worden, want als er niets te doen is heb ik het ook moeilijk. Wanneer Stella op school zit en Clive aan het werk is en ik bijvoorbeeld thuis ben na een tournee, dan wil ik wel graag boeken lezen en mensen bezoeken en zo, maar toch kan ik me soms wel verloren voelen. Die switch is niet evident. En net wanneer je je balans opnieuw gevonden hebt, is het vaak tijd om aan een nieuw stuk te beginnen of weer les te gaan geven.

Nu we het over sociaal contact hebben : is er onder danseressen er veel concurrentie?

Heb jij veel vriendinnen in de danswereld? Ja, zeker. Het is bij ons natuurlijk ook wel anders dan in een balletgezelschap zoals bijvoorbeeld de Opéra de Paris. Daar heb je een enorm hiërarchisch systeem en worden dansers apart in de spotlight gezet. Let op, ik denk nu niet dat het daar enkel haat en nijd is, maar in een gezelschap als Rosas heeft iedereen een hoofdrol, dus daar is er ook geen reden tot concurrentie. Wij zijn allemaal collega’s en uiteindelijk is het ook iets onnozel want je bent samen in een gezelschap en als je samen goed bent, dan ben je individueel ook goed. Je kan niet in je eentje goed zijn en de anderen wegwensen. Dat is onlogisch. Het lukt alleen maar wanneer je samen ademt en samen de cues kent en elkaar ondersteunt. Daar schuilt net de kracht in en niet in : ik sta hier vooraan en jij niet.

Rosas heeft een paar keer samengewerkt met Dries Van Noten. Heb jij invloed op de kostuums?

Neen dat is Anne Teresa die dat dan beslist. Soms met Dries, soms met Tim Van Steenbergen die ook al dingen voor ons gecreëerd heeft, of Anne-Catherine Kunz die Rosas-kostuums maakt.

Zijn er dingen waar je in gedanst hebt van kostuums die je het meest zijn bij gebleven.

De kostuums van Dries Van Noten in “Just Before” en “Drumming” waren heel mooi. De kleren die ze vroeger aanhadden in “Bartok”, zo’n beetje een kostschool-look, vond ik ook wel heel grappig.

Bij OVAAL, je eigen gezelschap, vul je dat dan wel zelf allemaal in?

Bij de eerste voorstelling hebben Mark en ik Anne-Catherine gevraagd omdat ze een goeie vriendin is. Haar briefing was : kostuums maken die niet aan Rosas deden denken en die je in het dagelijkse leven nooit zou aandoen. Dus kwam ze uiteindelijk bij een roze jurk uit. Dat zou ik nooit aan doen. Ik vind het leuk om die beslissingen aan anderen over te laten. Je wordt dan verrast door wat mensen denken en wat mensen je aanbieden. Zelf kies je toch altijd hetzelfde. Als je mij laat kiezen, wordt het meestal zwart. (lacht)

Je draait nu al zo lang mee op topniveau, wat is op dit moment voor jou de grootste uitdaging?

Het combineren van werk en thuis en ook nog een persoonlijke uitdaging vinden in het lesgeven. Ik sta nog steeds het liefst op scène. Omdat je in het ‘nu’ zit. Je kan aan niets anders denken, je geen zorgen maken. Je danst ‘nu’. Het is eigenlijk een soort meditatie.

Dat lijkt me ook fantastisch aan jouw werk. Het is heel atletisch, vergt veel concentratie, maar je hebt wel de voldoening dat je met dingen bent bezig geweest die een soort van schoonheid opleveren, of een moment creëren dat je nergens anders kan vinden. Ja, absoluut! Dat is ook waarom ik het nog steeds doe.

Blijft dat een constante door de jaren heen, dat je die schoonheid steeds weer vindt?

Neen, dat verandert. In het begin was ik zo gedreven en dan was ook elke pas, elke suspense, elke ademhaling enorm belangrijk. Ik kon me daar ook heel erg druk in maken. Wanneer een voorstelling niet goed ging of ik me niet goed voelde tijdens een voorstelling, dan kon ik me daar heel erg slecht bij voelen en was het moeilijk om me erover heen te zetten. Ik kon ook heel erg bezig zijn met de reactie van het publiek. Maar dat gaat na een tijdje wel weg. Na zoveel jaren denk je : “Ja, ik stond me hier tien jaar geleden zo druk om te maken. Niemand die dat nog weet!” Ik moet gewoon genieten van het dansen. Dat heb ik wel geleerd.

Jij staat nu al meer dan twintig jaar aan de top. Heb je die hard fans?

Zijn er mensen die alle Rosas voorstellingen komen kijken en meereizen? Toen ik jonger was had ik wel veel fans, hoor! Er zijn nog steeds een paar die hards die naar alle voorstellingen komen. En in Brussel zat er altijd een mannetje met een grote bril op de eerste rij. Maar we verdenken hem ervan dat die op zoek was naar meer dan alleen maar dans. (lacht)

www.rosas.be © foto: Herman Sorgeloos